Strijd tegen obesitas: maatschappelijk of medisch?

Inleiding

Wanneer je aan honderd mensen op straat vraagt wat ze weten van de NVOO, dan zullen negentig van hen er niet al te veel over kunnen vertellen (zie voetnoot no.1). In de media komt het thema gezondheid veelvuldig aan bod. Overgewicht en obesitas komen dan regelmatig ter sprake. We leven in het ICT-tijdperk, en het Nederlandse publiek wordt overspoeld met informatie over dit onderwerp. Diverse organisaties (patiëntenverenigingen, kennisplatforms, informatieverstrekkers/voorlichters, zorgprofessionals en zo meer) passeren de revue voor de ogen van de belangstellende burger. Dat we met onze vereniging dan moeite hebben om op te vallen en om onze belangrijke boodschap (zoals het tegengaan van shaming) over het voetlicht te brengen, hoeft niemand te verbazen. Maar dat kan veranderen! Lees hieronder wat mij van het hart moet.

Mijn verhaal

Ik ben in februari 2023 – na ruim acht jaar twijfelen over een door mij geschreven (en steeds ‘voor mezelf gehouden’) essay – lid geworden van de NVOO met het idee in mijn achterhoofd dat ik een verhaal te vertellen heb. En dat ik mijn frustratie over mijn obesitas moest ombuigen in iets positiefs, in iets waarmee ik anderen, die ook worstelen met hun overgewicht, kon helpen. Ik had dan misschien geen vast omlijnd idee waaruit die hulp zou moeten bestaan, maar ik wist wèl in welke richting ik moest zoeken. Ik wilde vooral benadrukken dat de maatschappij waarin wij leven obesogeen is, d.w.z. onze samenleving maakt dat mensen obesitas krijgen. En dat uit zich in meerdere aspecten van ons maatschappelijk leven. Maar het aspect waarover ik mezelf het meest boos kon maken was het gemak en ook de brutaliteit waarmee de voedingsindustrie onze keuze voor een gezond menu meent te moeten beïnvloeden, en dan bedoel ik niet in positieve zin (zie voetnoot no.2).


Ik ben in de jaren ’60 en ’70 vrijwilliger geweest bij aktiegroepen en stichtingen die – door praktisch werk en soms ook in ideologische zin – dingen in de Nederlandse samenleving wilden veranderen. Eén van de dingen die ik daarbij geleerd heb, is dat je kon vertrouwen op de macht van het getal. Een voorbeeld: als er in 1981/1983 in Nederland geen demonstraties van (opgeteld) ruim één miljoen mensen waren geweest tegen kruisraketten met kernkoppen, dan hadden er nu 572 van die krengen op Nederlandse bodem gelegen. Of: als de suffragettes rond 1900 niet voor vrouwenkiesrecht hadden gestreden, dan had het er voor vrouwen nú een stuk slechter uitgezien.


Als je de bijl legt aan de wortels van de macht en je zorgt dat er genoeg handen zijn die de steel van die bijl willen helpen vasthouden, dan zal die macht (en ik heb het nu over een macht die meer voor zichzelf zorgt dan voor de mensheid) op een gegeven moment het loodje leggen. Hij zal de handdoek in de ring moeten gooien. Omdat deze beslissers dat dondersgoed beseffen, proberen ze die ‘houthakkers’ tegen elkaar uit te spelen. En daar ligt dus een schone taak voor wie de kwade gevolgen van die macht ècht wil laten verdwijnen.


Eén van de meest in het oog springende manieren waarop de beslissers in de voedings- en genotsmiddelenindustrie proberen hun macht – en geld – te behouden is door ons wijs te maken dat lekker en gemakkelijk eten en drinken een hoog doel is in het leven van de mens. Dat zullen ze niet met zoveel woorden zeggen, maar het blijkt wèl uit alle uitingsvormen van hun reclame en marketing. Je ziet dat dagelijks om je heen. En zolang je als consument in je hoofd steeds bezig bent met eten en drinken kun je die ‘denk-energie’ niet besteden aan andere dingen, die je met je verstand eigenlijk veel belangrijker vindt (ik moet daarbij altijd denken aan wat ik vroeger op school bij geschiedenis heb geleerd: de oude Romeinen behielden hun macht door het volk “brood en spelen” te geven). Maar tegelijkertijd voel je je opgezadeld met een schuldgevoel: “Ben ik wel goed bezig? Is het niet gewoon mijn eigen schuld dat ik eigenlijk ongezond voedsel in mijn mond stop?”


Ik voel me dan vaak gevangen in een vicieuze cirkel: natuurlijk ben ik zelf verantwoordelijk voor mijn eigen gezondheid; maar tegelijkertijd heeft een ander niet het recht om het slechte in mij naar boven te halen. Over dat laatste: dat is precies wat de industrie in mijn ogen doet, en wel uit eigenbelang. En ook: als àl het reclamegeld en de arbeid, die hiermee gemoeid zijn, zouden worden besteed aan belangrijker zaken…? Ik noem maar een voorbeeld: woningbouw…? Hoeveel mensen zouden er niet veel gelukkiger zijn als ze een goede woning zouden hebben? En als je je gelukkig voelt, heb je ook veel minder behoefte aan overdadig en/of ongezond voedsel (lees: snoep en snacks). Of zeg ik nou iets heel geks? Bovendien merk ik zelf dat ik, alleen al door mij op een positieve manier met dit vraagstuk bezig te houden, kilo’s afval. Serieus! En dàt is nou precies wat ik zo graag zou gunnen aan anderen die gebukt gaan onder de last van overgewicht en obesitas.


Ik weet – en zie ook om me heen – dat obesitas en overgewicht door velen voornamelijk vanuit medische of psychologische invalshoeken worden bekeken, en ik wil de validiteit hiervan beslist niet ontkennen; het gaat tenslotte om ons lichaam en onze geest. Maar zou het niet aan veel mensen een groot gevoel van eigenwaarde (terug-)geven als ze zouden merken dat ze, gewoon door massaal hun stem te gebruiken, aan de managers en CEO’s van de voedingsbedrijven duidelijk kunnen maken dat deze op de verkeerde weg zijn? (zie voetnoot no.3). En het hoeft helemaal niet moeilijk te zijn om die stemmen te mobiliseren. Let wel, ik zeg: “Niet moeilijk” – ik zeg niet: “Het kost weinig moeite”. Dat zijn twee verschillende dingen. Er zal een flinke groep mensen voor nodig zijn om hier de schouders onder te zetten.


Ik zou graag mijn energie willen steken in het bereiken van de publieke opinie. Ik wil graag mensen ertoe aanzetten om aan de beslissers in de voedingsindustrie èn aan elkaar duidelijk te maken wat wèrkelijk belangrijk is: een gezonde geest in een gezond lichaam.


Mijn benen hebben – vanwege arthrose (zie voetnoot no.4) – acht keer op de operatietafel gelegen maar mijn hersens, mijn stem en mijn ‘type-vingers’ zijn nog helemaal gezond. En die wil ik graag alle drie inzetten. Wie doet er mee?


Tilburg, 27 mei 2025
Luuk Woltring


Voetnoot 1: N.V.O.O.: onze vereniging, de Nederlandse Vereniging voor Overgewicht en Obesitas.


Voetnoot 2: Zie ook: Geld kun je niet eten, afscheidsrede van prof. dr. ir. J.C. (Jaap) Seidell, uitgesproken op 1 november 2024 aan de Faculteit der Bètawetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam (deze afscheidsrede heb ik [LW] op 20-11-2024 gedeeld in onze WhatsApp-chatgroep ‘NVOO O-Buddy’s’). Hierin zegt Seidell dat overgewicht/obesitas in feite de schuld is van de voedingsindustrie.

Voetnoot 3: Zie ook: The New York Times 2024/11/14: Three-Quarters of U.S. Adults Are Now Overweight or Obese, by Nina Agrawal (op 16-11-2024 gedeeld in onze WhatsApp-chatgroep ‘NVOO O-Buddy’s’).


Voetnoot 4: Arthrose = slijtage van het kraakbeen in je gewrichten.

Geef een reactie

Ontdek meer van NSOG

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder